Wat is autisme ?


 

Autismespectrumstoornissen… een veel gehoord woord; vroeger sprak men veeleer over autisme, tegenwoordig hanteert men vooral de term autismespectrumstoornissen.
Dit omvat zowel ‘autisme’ (kernsymptomen zijn aanwezig) als ‘aan autisme verwante stoornissen’ (veel autistische symptomen zijn aanwezig). Met autismespectrumstoornissen geeft men aan dat er een continuüm bestaat waarop de symptomen dus minder of meer aanwezig kunnen zijn.
Soms wordt in plaats van autismespectrumstoornissen ook gesproken van pervasieve ontwikkelingsstoornissen.

Kenmerkend voor kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornis is :

Bovendien merken we dat verkennend gedrag en spel een heel aparte invulling kunnen krijgen waarbij we ons vaak in de positie van buitenstaander gedwongen voelen.

De meest ernstige vorm van autisme is deze zoals in 1943 door Leo Kanner werd beschreven: een extreme sociale isolatie, een drang om alles hetzelfde te houden, een fascinatie voor bepaalde objecten en een gebrekkig of geen gebruik van taal als communicatiemiddel.
Hans Asperger beschrijft in 1944 een vorm van autisme bij personen met een (rand)normale begaafdheid. Het syndroom van Asperger staat voor een autismespectrumstoornis bij personen met een (rand)normale begaafdheid.

Een autismespectrumstoornis kan zich dus op diverse wijzen manifesteren. Ongeacht de kenmerken is het contact niet vanzelfsprekend. Onbegrip is troef. Het is belangrijk stil te staan bij de moeilijkheden en noden van deze personen. Een beter inzicht en meer betrokkenheid kunnen leiden tot een kwalitatief betere opvang en begeleiding. Niet alleen de persoon in kwestie, ook de ouders / de begeleiders zijn hierbij gebaat.

Toch willen we duidelijk stellen dat er geen pasklare antwoorden, geen ‘standaardhandleiding’ bestaan voor de omgang met een autistisch persoon. Wel kan informatie aan de ouders, meer aandacht voor gesproken en onuitgesproken signalen en een bewust handelen bijdragen tot een klimaat waarin er meer ruimte voor ontwikkeling gecreëerd wordt.

Net zoals gewone kinderen en volwassenen hebben ook kinderen en volwassenen met autisme hun eigen karakter en temperament. Soms onderscheidt men verschillende groepen gebaseerd op het soort beperking in sociaal gedrag; de afzijdige groep (zoekt geen contact en wijst het af), de passieve groep (zoekt zelf geen contact maar aanvaardt wel contactname), de grillige groep (zoekt contact op een bizarre manier)…

Belangrijk is vooral dat een autismespectrumstoornis drie hoofdkenmerken omvat die bij elkeen met een dergelijke stoornis voorkomen:

De helft van de kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornis hebben een verstandelijke handicap. Van personen met een mentale handicap vindt men het normaal dat zij speciale opvang en begeleiding nodig hebben. Toch vragen ook (rand)normaal begaafde kinderen en volwassenen met een autismespectrumstoornis een aangepaste aanpak op maat van hun sociale en communicatieve vaardigheden. Heel vaak worden deze overschat. Ze lijken heel normaal, ze kunnen spreken, lezen, rekenen en toch is hun gedrag zo vreemd. Heel vaak leiden ervaringen van mislukkingen en frustraties tot ernstige gedragsproblemen.

Laten we ook niet vergeten dat we gegarandeerd bij elk kind – en ook bij elke volwassene - autistische trekjes zullen waarnemen; autisme is echter een stoornis die de persoonlijkheid en het functioneren in zijn totaliteit beïnvloedt. Vandaar spreekt men soms ook van pervasieve ontwikkelingsstoornissen; autismespectrumstoornissen hebben een diepgaande invloed op de gehele persoonlijkheid.

Enkele signalen van autisme:
  • niet kunnen functioneren in een groep; enkel meedoen als de begeleider aandringt of helpt
  • onvoldoende inlevingsvermogen; onverschilligheid bij emoties van anderen
  • verstoord oogcontact; vluchtig of geen oogcontact of door de ander heen kijken
  • de neiging om afstand te houden of enkel op eigen vraag contact toe te laten
  • personen niet erkennen als personen; bvb. je hand als instrument beschouwen
  • moeilijkheden in de omgang met anderen; niet gepast reageren op wat er gezegd wordt
  • onophoudelijk over hetzelfde onderwerp praten
  • ongewoon spelgedrag: stereotiep spelgedrag of gebrek aan fantasie in het spel
  • lachen, giechelen zonder duidelijke aanleiding
  • extreem verdriet of woede zonder duidelijke aanleiding
  • vreemde bewegingen; fladderen, wiegen met het lichaam
  • geen angst voor gevaar; op speeltuigen, op straat
  • letterlijk herhalen van woorden of zinnen; echolalie
  • niet aanvaarden van veranderingen; steeds dezelfde route willen volgen
  • splintervaardigheden; uitblinken in bepaalde activiteiten waarbij geen sociaal inzicht nodig is
  • opvallende lichamelijk hyperactiviteit of extreme passiviteit
  • overdreven gerichtheid op details
  • zich niet kunnen concentreren en voortdurend worden afgeleid door prikkels

 

Eén signaal op zich zegt uiteraard niets. Uiteraard moet ook de leeftijd, of beter het ontwikkelingsniveau, in rekening gebracht worden om al dan niet te spreken over een vermoeden van een autismespectrumstoornis.

Het is opmerkelijk dat de meeste kinderen met een autismespectrumstoornis er heel gewoon uitzien. Ouders krijgen bijgevolg vaak te kampen met onbegrijpende blikken of boze commentaren wanneer hun zoon of dochter zich in het bijzijn van vreemden ongepast gedraagt. Sommige ouders ervaren de diagnose als een vorm van erkenning voor de moeilijkheden die zij in hun gezin ervaren; bij kinderen met stoornissen of handicaps dringt de schuldvraag zich immers onvermijdelijk op… Positief is vooral dat een aangepaste ondersteuning (bvb. thuisbegeleiding, aangepast onderwijs) mogelijk wordt.

Autilinks

Vacatures

Momenteel zijn er geen vacatures beschikbaar.